Discusdegeneratie

Slijtage en uitdroging van de tussenwervelschijf

1. Inleiding
2. Anatomie
3. Oorzaken
4. Symptomen
5. Diagnose
6. Behandeling
7. Beoordeling van de arts
8. Operatie

Lumbale discusdegeneratie

De tussenwervelschijven (discus) in de onderrug worden vaak verantwoordelijk gehouden voor lage rugpijn. Maar lage rugpijn heeft veel mogelijke oorzaken en artsen zijn niet altijd duidelijk waarom er symptomen kunnen optreden. Wanneer u naar uw huisarts gaat voor lage rugpijn, kan uw arts uitleggen hoe veranderingen in de tussenwervelschijven, kan leiden tot pijn in de rug. Indien een tussenwervelschijf (discus) in de lage rug (lumbaal) in belangrijke mate versleten is, spreekt men van een degeneratieve discopathie, ook wel discusdegeneratie genoemd. Hoewel de delen van de wervelkolom met de tijd veranderen en in zekere zin degenereren (achteruitgaan in kwaliteit, slijtage), betekent dit niet dat de wervelkolom verslechtert en dat u op weg bent naar een toekomst vol met pijn en nare problemen. Deze termen zijn gewoon een uitgangspunt voor het beschrijven van wat er gebeurt in de wervelkolom in loop van de tijd en hoe deze veranderingen de symptomen kunnen verklaren die mensen kunnen voelen bij versleten tussenwervelschijven.

Na het lezen van dit artikel, weet u meer over:

  • Hoe discusdegeneratie zich ontwikkelt.
  • Hoe artsen de diagnose te stellen.
  • Welke behandelingen er beschikbaar zijn.
index

Anatomie van de wervelkolom

Welke delen van de wervelkolom zijn erbij betrokken?

De menselijke wervelkolom bestaat uit 24 wervels, genaamd vertebrae. Vertebrae (wervels) worden gestapeld op de top van een ander, om de wervelkolom te vormen. De wervelkolom geeft het lichaam vorm en ondersteunt het menselijk lichaam. Het gedeelte van de wervelkolom in de onderrug is bekend als de lumbale wervelkolom.

Lumbale wervelkolom

Een tussenwervelschijf zit tussen twee afzonderlijke ruggenwervels, vertebrae. De tussenwervelschijf is gemaakt van bindweefsel. Bindweefsel is het materiaal dat de levende cellen van het lichaam bij elkaar houdt. De meeste bindweefsels wordt gemaakt van vezels van een materiaal genaamd collageen. Deze vezels beschermen de tussenwervelschijf tegen spanning en druk.

Tussenwervelschijf

De tussenwervelschijf werkt normaal als een schokdemper. Het beschermt de wervelkolom tegen de dagelijkse trek van de zwaartekracht. Daarnaast beschermt de tussenwervelschijf ook de wervelkolom tijdens inspannende activiteiten die een sterke kracht hebben op de wervelkolom, zoals springen, lopen en tillen.

Een tussenwervelschijf bestaat uit twee delen. Het centrum, genaamd de nucleus, is sponsachtig. Het biedt de meeste mogelijkheden van de tussenwervelschijf om schokken te absorberen. De nucleus wordt op zijn plaats gehouden door de annulus, een reeks van sterke bindweefselringen eromheen. Door de bindweefselringen, worden de krachten op gelijke mate verdeelt over de gehele tussenwervelschijf.

De twee delen van de tussenwevelschijf

 

Tussen de wervels van elke spinale segment zijn er twee facetgewrichten. De facetgewrichten zijn gelegen aan de achterzijde van de wervelkolom. Er zijn twee facetgewrichten tussen elk paar van de wervels, één aan elke kant van de wervelkolom. Een facetgewricht is gemaakt van kleine, benige (bot) knoppen die zich opstellen langs de achterkant van de wervelkolom. Wanneer deze knoppen elkaar ontmoeten, vormen ze een gezamenlijke gewricht dat de twee wervels met elkaar verbindt. De wervelkolom zou zonder facetgewrichten helemaal stijf zijn en bewegingen van de wervelkolom, zouden bijna niet meer mogelijk zijn.

Facetgewrichten

Gerelateerd document: Anatomie van de lage rug

index

Oorzaken

Waarom heb ik dit probleem?

Onze tussenwervelschijven veranderen met de leeftijd, net als ons haar grijs wordt. Omstandigheden, zoals een groot rugletsel of een breuk van de wervelkolom, kunnen invloed hebben op hoe de rug werkt, waardoor de veranderingen nog sneller optreden. Dagelijkse slijtage en bepaalde vormen van trillingen kunnen ook de snelheid van degeneratie verhogen in de wervelkolom. Bovendien, er zijn sterke aanwijzingen dat roken de degeneratie versnelt van de wervelkolom. Wetenschappers hebben ook een verband vastgesteld tussen familieleden, waaruit blijkt dat de genetica een rol speelt in hoe snel deze veranderingen plaatsvinden.

Discusdegeneratie volgt een voorspelbaar patroon. Ten eerste, de nucleus in het midden van de schijf begint het vermogen te verliezen om water te absorberen. De tussenwervelschijf wordt uitgedroogd. Dan wordt de nucleus dik en vezelig, zodat de structuur veel lijkt op die van de annulus. Als gevolg daarvan, is de nucleus niet meer in staat om schokken te absorberen. Stress en spanning hebben zijn invloed op de structuren van de wervelkolom. Er vormen zich scheuren rond de annulus. De tussenwervelschijf verzwakt en gaat leeglopen. Hierdoor worden de botten van de wervelkolom samengedrukt.

Bekijk de animatie over discusdegeneratie:

Get Adobe Flash player

 

Gerelateerd document: Lage rugpijn

Deze degeneratie betekent niet altijd de tussenwervelschijf een bron wordt van pijn. In feite, röntgenfoto’s en MRI-scans laten zien dat mensen met een ernstige degeneratie, niet altijd pijn hoeven te voelen.

Pijn veroorzaakt door discusdegeneratie is voornamelijk mechanische pijn, wat betekent dat het afkomstig is van de delen van de wervelkolom die bewegen tijdens de activiteit: de schijven, ligamenten en facetgewrichten. Beweging binnen de verzwakte structuren van de wervelkolom zorgt voor een geïrriteerd en pijnlijk gevoel.

index

Symptomen

Hoe voelt lumbale discusdegeneratie aan?

Pijn in het midden van de lage rug is vaak het eerste symptoom dat patiënten voelen. Het begint meestal bij patiënten in hun twintigers en dertigers. Pijn heeft de neiging te verergeren na zware lichamelijke activiteit of een verblijf in een houding voor een lange tijd. De rug kan ook stijf aanvoelen. Door het rusten van de rug wordt de pijn minder. In het begin duren de symptomen vaak een paar dagen.

Dit type rugpijn komt vaak voor en gaat door over de jaren heen. Artsen noemen dit terugkerende rugpijn. Elke keer dat de pijn weer voorkomt, lijkt de pijn erger dan de tijd ervoor. Uiteindelijk kan de pijn zich verspreiden over de billen of dijen en kan het langer duren voordat de pijn weer verdwijnt.

index

Diagnose

Hoe wordt de diagnose vastgesteld?

De diagnose begint met een volledige voorgeschiedenis en een lichamelijk onderzoek. Zo worden er vragen gesteld over de symptomen en hoe de symptomen de dagelijkse activiteiten beïnvloeden. Wordt u door de rugpijn erg belemmerd in uw dagelijkse activiteiten of kunt u zich aardig redden? Een fysiotherapeut kan beoordelen welke houdingen of activiteiten uw klachten verminderen of verergeren.

Een fysiotherapeut kan vervolgens een lichamelijk onderzoek doen, door het controleren van de houding van de patiënt en de mate van bewegingen in de lage rug. Zo wordt er gecontroleerd welke bewegingen weer pijn of symptomen veroorzaken. De huidsensatie, spierkracht en reflexen kunnen ook worden getest .

Sommige patiënten kunnen worden doorverwezen naar de dokter voor verdere diagnose.

index

Behandeling

Niet-chirurgische revalidatie

Waar mogelijk, heeft niet-chirurgische behandeling van lumbale discusdegeneratie de voorkeur. Het eerste doel van de niet-chirurgische behandeling is om pijn en andere symptomen te verlichten, zodat de patiënten de normale activiteiten zo spoedig mogelijk kunnen hervatten.

Er wordt zelden bedrust voorgeschreven voor patiënten met degeneratieve discusproblemen. In plaats daarvan, worden patiënten aangemoedigd om hun normale activiteiten te doen met behulp van pijn als een graadmeter voor hoe veel activiteit, te veel is. Als de symptomen ernstig zijn, kan een maximum van meestal twee dagen bedrust worden voorgeschreven.

Na evaluatie van de conditie, kan uw fysiotherapeut u posities toewijzen en oefeningen om beter met de klachten om te kunnen gaan. Zo kan de fysiotherapeut een gepersonaliseerd trainingsprogramma voor u maken om de flexibiliteit van de gespannen spieren te verbeteren, de rug- en buikspieren te versterken en om u te helpen om veilig te bewegen en met minder pijn. Hoewel het herstel varieert tussen patiënten, mag er verwacht worden dat de fysiotherapeut een paar keer per week, gedurende vier tot zes weken, met u oefent. In sommige gevallen kunnen patiënten behoefte hebben aan een paar weken extra zorg.

Het eerste doel van de behandeling is vaak het beheersen van de symptomen. Uw fysiotherapeut zal met u samenwerken om posities en bewegingen te vinden, die de pijn verlichten. Zo kan er gebruik gemaakt worden van warmte, koude, ultrasound en elektrische stimulatie om pijn en spierspasmen te verlichten.

Uw fysiotherapeut kan bepaalde behandelingen uitvoeren via de hand, zoals massage en gespecialiseerde vormen van zacht weefsel mobilisatie. Deze oefeningen kunnen de patiënt helpen om te beginnen met bewegen met minder pijn en meer gemak. Tractie is ook een gemeenschappelijke behandeling van degeneratieve discusproblemen. Door tractie worden voorzichtig de lage rug gewrichten en spieren uitgerekt. De fysiotherapeut kan u op spierrekkingen wijzen die u zal helpen om makkelijker te bewegen en met minder pijn.

Als u herstelt, kan de fysiotherapeut samen met u een reeks van spierversterkende oefeningen voor de buik- en lage rugspieren uitvoeren. Door het te laten werken van deze rompspieren, worden patiënten geholpen om makkelijker te bewegen en het vermindert de kans op toekomstige pijn en problemen.

Een primaire doel van fysiotherapie is dat u leert hoe u zorg kan dragen voor uw symptomen en hoe u problemen in de toekomst voorkomt. Zo kan de fysiotherapeut u een oefenprogramma meegeven voor thuis zodat u verder kan gaan met de oefeningen voor meer flexibiliteit, betere houding, uithoudingsvermogen en lage rug- en buikspierensterkte. Daarnaast zal de fysiotherapeut met u bespreken wat u moet doen wanneer de symptomen weer optreden of verergeren.

Post-operatieve revalidatie

Revalidatie na de operatie is complexer. Sommige patiënten verlaten het ziekenhuis kort na de operatie. Echter, door sommige operaties moeten patiënten langer in het ziekenhuis blijven.

Tijdens het herstel van een operatie, moeten patiënten de instructies van hun chirurg volgen over het dragen van een rugbrace of een ondersteunende riem. Patiënten moeten voorzichtig zijn met overdreven activiteiten in de eerste paar weken na de operatie.

Veel chirurgische patiënten hebben fysiotherapie nodig buiten het ziekenhuis. Patiënten die een lumbale fusie hebben ondergaan (operatie waarbij wervels aan elkaar worden vastgemaakt, met de bedoeling dat ze vastgroeien) moeten normaal genomen drie maanden wachten voordat ze kunnen beginnen met het revalidatieprogramma. Tijdens de revalidatie zullen de patiënten worden geholpen om kracht op te bouwen, te leren bewegen en routinematige activiteiten doen zonder extra belasting op hun rug.

Hoewel de lengte van de revalidatieprogramma’s kunnen variëren, kunt u als patiënt verwachten dat u fysiotherapie sessies nodig heeft voor ongeveer acht tot twaalf weken. Een volledig herstel duurt ongeveer zes maanden.

Wanneer de fysiotherapiesessie tot een einde zijn gekomen, zal uw fysiotherapeut u helpen terug te keren naar de activiteiten waarvan u geniet. U kunt misschien begeleiding nodig hebben over welke activiteiten veilig voor u zijn en de manier te wijzigen waarop u omgaat met uw activiteiten. Normaal gezien, zijn patiënten in staat om hun normale activiteiten te hervatten.

Wanneer het herstel goed gaat, zullen de regelmatige bezoeken aan uw fysiotherapeut vaak tot een einde komen. Hoewel de fysiotherapeut een basis blijft waarop u kunt terugvallen, blijft u zelf verantwoordelijk voor het doen van uw oefeningen als onderdeel van een lopend thuisprogramma.

index

Beoordeling van de arts

Artsen vertrouwen op de anamnese en het lichamelijk onderzoek om te bepalen welke behandelingen nodig zijn. Een röntgenfoto wordt zelden uitgevoerd op het eerste consult bij de arts voor patiënten die komen voor lumbale discusdegeneratie. Dit omdat op meer dan 30% van de lage rug-röntgenfoto, afwijkingen zichtbaar zijn van degeneratie, zelf bij mensen die geen symptomen hebben.

Echter, als de symptomen ernstig zijn en aanwezig blijven, kan de arts een röntgenfoto aanvragen. Deze röntgenfoto kan het in elkaar storten van tussenwervelschijven aantonen. Daarnaast kan het ook aangeven of er osteofyten aanwezig zijn in de tussenwervels en facetgewrichten. Een osteofyt zijn kleine punten van bot (botuitsteeksel) die zich vormen bij degeneratie.

Wanneer er meer informatie nodig is, kan uw arts een magnetische resonantie beeldvorming (MRI) scan aanvragen. De MRI-apparaat maakt gebruik van magnetische golven in plaats van röntgenstralen om de zachte weefsels van het lichaam te laten zien. Het is nuttig voor het weergeven wanneer de weefsels in de tussenwervelschijf in staat zijn om water te absorberen en of er scheuren zijn in de tussenwervelschijf. Het kan ook aangeven of er problemen zijn in andere zachte weefsels, zoals de spinale zenuwen.

Discografie kan helpen met de diagnose. Discografie is een radiologisch onderzoek waarbij de tussenwervelschijf zichtbaar wordt gemaakt met behulp van contrastvloeistof. Daarbij wordt soms ook verdovingsvloeistof ingebracht. De contrastvloeistof kan informatie geven over de gezondheid van de tussenwervelschijf of tussenwervelschijven. Discografie kan worden gedaan wanneer de chirurg een operatie overweegt, omdat het kan helpen te bepalen welke schijf de symptomen veroorzaakt.

Rugbraces worden soms voorgeschreven. Het stil houden van de bewegende delen van de lage rug kan helpen om mechanische pijn te verminderen. Wanneer een arts een rugbrace overweegt voor een patiënt, vraagt de arts normaal gesproken aan de patiënt om het alleen te gedragen voor twee tot vier dagen. Dit vermindert de kans dat de rompspieren kleiner worden (atrofie).

Patiënten kunnen ook voorgeschreven medicatie krijgen om hen te helpen grip te krijgen op hun klachten, zodat ze hun normale activiteiten snel kunnen hervatten.

Als de symptomen het normale functioneren van de patiënt blijven belemmeren, kan de arts voorstellen om een epidurale injectie met corticosteroïden uit te voeren. Steroïden zijn krachtige ontstekingsremmers, wat betekent dat ze bijdragen tot het verminderen van pijn en zwelling. De medicatie wordt ingespoten in de ruimte rondom de lumbale zenuwwortels. Dit gebied heet de epidurale ruimte. Sommige artsen spuiten slechts een steroïde. De meeste artsen echter, combineren een steroïde met een langdurige verdovende medicatie. In het algemeen, wordt een epidurale injectie met corticosteroïden alleen gegeven als andere behandelingen niet werken. Maar epidurale injecties met corticosteroïden zijn niet altijd succesvol in het verlichten van pijn. Als ze wel werken, bieden ze vaak alleen tijdelijke verlichting van de symptomen.

index

Operatie

Mensen met een degeneratieve discusproblemen hebben de neiging tot een geleidelijke verbetering in de tijd. De meeste mensen hebben geen chirurgie nodig. In feite heeft slechts één tot drie procent van de patiënten met degeneratieve discusproblemen, een operatie nodig.

Artsen hebben de voorkeur om een niet-chirurgische behandeling te proberen voor minimaal drie maanden, voordat een operatie wordt overwogen. Indien na deze periode, niet-chirurgische behandeling geen verbetering geeft van de symptomen, kan de arts chirurgie aanbevelen. De belangrijkste vormen van chirurgie voor degeneratieve discusproblemen zijn:

  • Lumbale laminectomie
  • Discectomie
  • Fusie

Lumbale laminectomie

De lamina vormen een dak-achtige structuur over de achterkant van de wervelkolom. Wanneer de zenuwen in het wervelkanaal samen worden gedrukt door een gedegenereerde discus of door osteofyten die in het kanaal duwen, verwijdert een laminectomie de meeste of alle van de lamina om de druk op de spinale zenuwen vrij te geven.

Discectomie

Operatie die een deel of het geheel van een probleemdiscus er uithaalt in de lage rug, wordt discectomie genoemd. Discectomie wordt gedaan wanneer de gedegenereerde discus, dus de tussenwervelschijf, heeft gescheurd (hernia) in het wervelkanaal, waardoor er druk ontstaat op de spinale zenuwen.

Chirurgen voeren deze operatie vaak uit via een incisie in de lage rug. Voordat de discusmateriaal kan worden verwijderd, moet de chirurg eerst een deel van de lamina verwijderen. In het algemeen, wordt slechts een klein stukje van de lamina weggehaald om de probleemdiscus bloot te leggen. Dit heet laminotomie ( zie rechter afbeelding). Het creëert meestal genoeg ruimte voor de chirurg om de tussenwervelschijf te verwijderen. Indien meer ruimte nodig is, kan de chirurg een groter deel van de lamina verwijderen door het doen van een laminectomie (hierboven beschreven).

Veel chirurgen nu, doen minimaal invasieve ingrepen die slechts kleine incisies in de lage rug vereisen. Deze procedures worden gebruikt om beschadigde delen van de probleemdiscus te verwijderen. Artsen geloven dat deze vorm van chirurgie makkelijker uit te voeren is. Zij geloven ook dat het littekenweefsel voorkomt rond de zenuwen en gewrichten en het helpt patiënten sneller te herstellen. Minimaal invasieve chirurgie zijn percutane lumbale discectomie, laser discectomie en microdiscectomie.

Fusie

Een fusieoperatie voegt twee of meer botten in één stevig bot. Dit voorkomt dat de botten en gewrichten gaan bewegen. De procedure wordt soms gedaan met een discectomie. Mechanische pijn wordt verminderd omdat de fusie de bewegende delen stabiel houdt, zodat ze niet kunnen leiden tot irritatie en ontsteking.

De belangrijkste soorten van kernfusie voor degeneratieve discusproblemen zijn:

  • Anterieure (voorzijde) lumbale fusie
  • Posterieure (achterzijde) lumbale fusie
  • Gecombineerd fusie

Anterieure lumbaalfusie

Een anterieure lumbale fusie-operatie gebeurt via de buik, waardoor de chirurg kan werken aan de voorkant van de lumbale wervelkolom. Het verwijderen van de discus (discectomie) laat een ruimte over tussen de twee wervels. Deze ruimte wordt gevuld met een bottransplantaat. Er zijn twee methoden om dit te doen, één methode is om een transplantaat te nemen van het heupbeen en het transplantaat van de heup wordt geplaatst in de ruimte tussen de twee wervels. De andere methode is het plaatsen van twee holle titanium schroeven gevuld met bot, genaamd fusie kooien, in de plaats waar de tussenwervelschijf is verwijderd. Het bottransplantaat in de kooien vergroeit met de aangrenzende wervels, wat een stevig bot vormt.

Bottransplantaat

Posterieure lumbaalfusie

Een posterieure lumbale fusie wordt gedaan door een incisie in de rug. In de tussenwervelruimte waar de discus uit verwijderd is, wordt de ruimte tussen de twee wervels opgevuld met eigen bot uit de bekkenkam of met een kooitje gemaakt van kunststof. De doelstelling is dan om de twee wervels als een solide blok aan elkaar te laten vast groeien, de zogenaamde fusie.

De meeste chirurgen zullen ook metalen platen en schroeven plaatsen om de wervels op zijn plaats te houden terwijl ze genezen. Dit beschermt het transplantaat, zodat het beter en sneller kan genezen. Deze schroeven houden de wervels op elkaar geklemd, zodat de wervels na enige tijd aan elkaar vast groeien.

Gecombineerde Fusie

Een gecombineerde fusie houdt in het fuseren van de anterieure (voorkant) en posterieure (achterkant) oppervlakken van de probleemwervels. Hierbij wordt dus de anterieure en posterieure fusie gecombineerd. Door het blokkeren van de wervels van de voor- en achterkant, geloven een aantal chirurgen dat het transplantaat onbeweeglijk blijft en het voorkomt instorting. Resultaten laten een verbeterde fusie zien van het transplantaat, hoewel patiënten vaak ook even goede resultaten hebben met andere methoden van fusie.