[column parallax_bg=”disabled” parallax_bg_inertia=”-0.2″ extended=”” extended_padding=”1″ background_color=”” background_image=”” background_repeat=”” background_position=”” background_size=”auto” background_attachment=”” hide_bg_lowres=”” background_video=”” vertical_padding_top=”0″ vertical_padding_bottom=”0″ more_link=”” more_text=”” left_border=”transparent” class=”” id=”” title=”” title_type=”single” animation=”none” width=”1/2″] [/column] [column parallax_bg=”disabled” parallax_bg_inertia=”-0.2″ extended=”” extended_padding=”1″ background_color=”” background_image=”” background_repeat=”” background_position=”” background_size=”auto” background_attachment=”” hide_bg_lowres=”” background_video=”” vertical_padding_top=”0″ vertical_padding_bottom=”0″ more_link=”” more_text=”” left_border=”transparent” class=”” id=”” title=”” title_type=”single” animation=”none” width=”1/2″ last=”true”] [/column]

Er zijn 19 botten in de hand. In de hand bevinden er drie soorten beenderen, namelijk de falangen, metacarpalen en de carpale beenderen. Er zijn 14 falangen, deze beentjes worden gevonden in de vinger zelf. Iedere vinger heeft drie falangen: het proximale, mediale en het distale. De falangen zijn kleine, slanke botten. De duim heeft echter twee falangen. Naast de falangen, zijn er 5 metacarpalen. De metacarpalen vormen de middenhand. Tenslotte zijn er 8 carpale beenderen. Dit zijn de acht botjes die de pols vormen. De carpale beenderen staan aan de ene kant in verbinding met de metacarpalen en aan de andere kant met de onderarmbeenderen, de radius en de ulna.

Ligamenten zijn als sterke touwen die de botten met elkaar verbinden en het zorgt voor stabiliteit in het handgewricht. In de hand zijn er tal van ligamenten die de metacarpale gewrichten en de IP-gewrichten (de kleine gewrichten tussen de falangenbotten van elke vinger) stabiliseren. Deze ligamenten zijn gelegen op de bovenste, bodem, binnenste en buitenste aspecten van deze gewrichten. Er zijn andere ligamenten in de palm van de hand die werken in combinatie met het dikke weefsel gelegen in de palm (palmaire aponeurose) om stabiliteit te verlenen aan de middenhandsbeentjes, de metacarpalen.

Pezen verbinden de spieren aan het bot. Veel van de spieren die de vingers en duim bewegen, zijn afkomstig van de elleboog. De pezen van deze spieren kruizen de pols en hechten aan de beenderen van de hand. De grote spieren die de vingers laat buigen, zijn afkomstig van het mediale aspect van de elleboog. De grote spieren die de vingers laat strekken, zijn afkomstig van het laterale aspect van de elleboog. Naast deze grote spieren in de hand, zijn er kleinere spieren in de hand die het strekken, buigen, naar buiten bewegen en het naar binnen bewegen van de vingers, mogelijk maken.

Ten slotte, de mediane en ulnaire zenuwen zijn de belangrijkste zenuwen van de hand. Deze zenuwen beginnen in de nek, lopen in de lengte van de arm en in de hand. Deze zenuwen geven elektrische impulsen door van en naar de hersenen om bewegingen van de hand mogelijk te maken en het voelaspect van de hand.

Ga naar de hoofdpagina | Handartrose |