Heupartrose komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en de oorzaak van artrose in de heup is lastig te achterhalen, omdat klachten vaak pas optreden als de artrose al 10 of 20 jaar actief is. Maar wat weten we wel (zeker) over heupartrose? Wat is heupartrose bijvoorbeeld precies en welke oorzaken en symptomen horen bij deze degeneratieve gewrichtsziekte.

Heup

Heupartrose

De heup bestaat uit een heupkom (acetabulum) en een heupkop (caput femoris of femurkop). Wanneer het laagje kraakbeen op de heupkop slijt, is er meestal sprake van heupartrose. Heupartrose is een degeneratieve gewrichtsziekte die ervoor zorgt dat het kraakbeen in het heupgewricht dunner wordt en dat het gladde oppervlak van het kraakbeen onregelmatig wordt. Ook kan het gewrichtsvlak verbreden (osteofytvorming). Let op: vaak wordt heupartrose als een vorm van slijtage bestempeld, maar het is beter om heupartrose als een verandering van het kraakbeen te zien.

Oorzaken van heupartrose

Artrose in de heup kent verschillende mogelijke oorzaken. Enigszins algemeen geformuleerd ontstaat heupartrose doordat de balans tussen de weefselresistentie en de ernst van de weefselbeschadiging niet meer hersteld kan worden door het lichaam. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aangeboren en verworven oorzaken voor artrose in de heup.

Aangeboren oorzaken voor heupartrose:
– Congenitale heupdysplasie (ondiepe heupkom en een meer normale heupkop)
– Congenitale heupluxatie (verplaatste heupkop)

Verworven oorzaken voor heupartrose:
– De ziekte van Perthes
– Epiphysiolysis capitis femoris (heupkop glijdt van zijn groeischijf af)
– Bacteriële artritis (zwelling van de gewrichten als gevolg van een ontsteking)
– Reumatoïde artritis (ontsteking van de gewrichten met een andere oorzaak dan ziektekiemen, door bijvoorbeeld verstuiking of overbelasting)
– Overige inflammatoire heupaandoeningen (ontstekingen in het heupgebied)
– Fracturen in het heupgebied
– Avasculaire femurkopnecrose (afsterven van het bot door een slechte doorbloeding van de heupkop)
– Tumoren

Symptomen van heupartrose

Artrose in de heup kent verschillende symptomen, waarvan pijn wellicht de vervelendste en meest voorkomende is. Wie last heeft van heupartrose, kan te maken hebben met:

– bewegingsbeperking
– crepitaties (krakende geluiden bij het bewegen)
– gewrichtsstijfheid
– hydrops (intra-articulaire zwelling)
– instabiliteit
– ontstekingen
– gewrichtspijn
– (soms) pijn in de lies of bil

Stramheid en langdurige ochtendstijfheid zijn belangrijke kenmerken van artrose in de heup. Bij stramheid komt de heup na een poosje rust met moeite op gang. Waarschijnlijk wordt deze beperking in de soepelheid van de heup veroorzaakt door een ontsteking. Bij ochtendstijfheid zijn de gewrichten pijnlijk en moeilijk te bewegen. Dit laatste kan worden veroorzaakt door de blokkering van het heupgewricht door een stukje bot of kraakbeen. Naast de genoemde stijfheden als gevolg van artrose in de heup, komen ook functionele beperkingen door zwellingen en spierzwakten voor bij heupartrose.

Hoe zit het een heupgewricht in elkaar?

Het heupgewricht is een kogelgewricht en bestaat uit de kop van het dijbeen (caput femorarlis) en de kom van het bekken (acetabulum). De kop van het dijbeen beweegt in de kom van het bekken. De heupkop is via de ‘nek’ (collum) verbonden met de schacht van het dijbeen. Het heupgewricht is de schakel tussen het bekken en de bovenbeen. Omdat het een kogelgewricht is, kan het bovenbeen ten opzichte van het bekken in bijna alle mogelijke richtingen bewegen. Spieren, gewrichtsbanden en pezen houden de kop van het dijbeen in de heupkom.

Gewrichtskraakbeen is een glad glanzend materiaal dat de kop van het dijbeen en de heupkom bedekt. Gewrichtskraakbeen bedekt de botoppervlakken waar ze in contact met elkaar komen. Door het gewrichtskraakbeen kan de kop van het dijbeen gemakkelijk bewegen in de heupkom als het been beweegt. Synoviale vloeistof helpt ook mee aan het soepel maken van de bewegingen in de heupkom. Deze vloeistof geeft voeding en smering van het heupgewricht.

Het heupgewricht is omgeven door een sterke ‘zak’ dat de gewrichtskapsel heet. Ligamenten zijn als sterke touwen die de beenderen met elkaar verbinden en voor stabiliteit zorgen aan de gewrichten. Deze ligamenten voorkomen dat de kop van het dijbeen uit de heupkom schiet.

De heupkom heeft een ring van weefsel om zich heen wat het labrum wordt genoemd. Labrum is een kraakbeenstructuur dat bovenop de rand van de kom ligt en heeft naast het verdiepend effect aan de kom, een stabiliserend effect. Wanneer deze structuur scheurt, geeft het een opmerkelijke pijnlijke ‘knik’ in de heup. Er zijn aanwijzingen dat patiënten met een beschadigde labrum, een groter risico hebben op artrose in de heup.

Pezen verbinden de spieren aan het bot. Er zijn veel spieren die het heupgewricht omringen. Deze spieren en hun pezen zorgen voor stabiliteit in het heupgewricht wanneer het been wordt verplaatst. Deze spieren zijn ook nodig voor activiteiten zoals wandelen, rennen en springen.

De hamstringspieren (een verzamelnaam van spieren die zich aan de achterkant van het been bevinden) maakt samen met de gluteus maximus (spieren die zich in de billen bevinden) mogelijk, dat het been zich naar achteren kan bewegen. De heupflexoren (spieren die het strekken mogelijk maakt), namelijk iliopsoas en rectus femoralis, maken het mogelijk dat het been naar voren kan bewegen. De liesspieren (adductor magnus en longus) bewegen de benen in de richting van de middellijn van het lichaam. Spieren die abductie mogelijk maken, oftewel van het lichaam afbewegen, namelijk de gluteus medius, gluteus minimus en tensor fascia lata, zijn naast de abductie-functie, ook verantwoordelijk voor het stabiliseren van het heupgewricht tijdens gewichtdragende activiteiten.

Ten slotte, de slijmbeurs is een kleine zak met vloeistof dat de wrijving tussen pezen, spieren en botten afneemt. De belangrijkste slijmbeus van het heupgewricht is de slijmbeurs van de trochanter major (beenderige knobbel aan de zijkant van de heup). Het kan zwaar gewond raken door direct contact, of geïrriteerd door overmatig gebruik.

Een gebroken heup is een probleem dat regelmatig voorkomt bij oudere mensen. De oorzaak van een gebroken heup bij ouderen is vrijwel altijd door een val. Factoren die hierbij een belangrijk rol spelen zijn onder andere een verminderde motoriek, vermindert zicht, evenwichtsstoornissen en bewustzijnsstoornissen als gevolg van hart- en vaatziekten. Bij oudere mensen is er meestal sprake van osteoporose (botontkalking), een aandoening waarbij de botdichtheid aanzienlijk is afgenomen, botten broos worden en daardoor makkelijk breken. Bij jonge mensen is er veel kracht nodig om een gebroken heup te veroorzaken. Bij deze patiënten is een gebroken heup vrijwel altijd het gevolg van een ongeluk zoals een val van een grote hoogte of een verkeersongeluk.

Gebroken heup

De heup kan op verschillende manieren breken. De meest voorkomende heupfracturen zijn:

  • Dijbeenhalsbreuk
    Hierbij ontstaat de breuk in het bovenste gedeelte van het dijbeen ongeveer 2,5 tot 5 cm van de heupkop af. Deze breuk ligt binnen het heupkapsel. Hierdoor kan de bloedvoorziening naar de afgebroken kop in gevaar komen, waardoor deze kan afsterven.
  • Fractuur in de verdikking van de heupkop
    Deze breuk bestaat vaak uit meerdere delen en is hierdoor minder stabiel en stevig.
  • Fractuur onder de verdikking van de heupkop
    Deze komen minder vaak voor.

Symptomen van een gebroken heup

Na een val op de heup is er veel pijn. Het is meestal niet meer mogelijk om te lopen of staan op het aangedane been. Vaak ligt het been naar buiten gedraaid en lijkt het korter. Bij binnenkomst in het ziekenhuis worden er röntgenfoto`s genomen van uw beide heupen. Op de foto is te zien waar precies het bot gebroken is en hoe ver de verschillende stukken uit elkaar staan.

Operatie aan de heup

Een heupoperatie is een ingrijpende operatie. Omdat het belangrijk is dat u en uw omgeving goed weten wat er te wachten staat, staat in het vervolg nog eens uitgelegd hoe een heupoperatie verloopt, wat erbij komt kijken en welke complicaties kunnen optreden naar aanleiding van de heupoperatie.

Voordat u de heupoperatie ondergaat, vindt een gesprek plaats tussen u en de anesthesist. De anesthesist bespreekt tijdens dat gesprek met u welke verdoofwijze tijdens de heupoperatie wordt gehanteerd.

Er zijn twee soorten verdovingen:
• algehele anesthesie (narcose)
• loco-regionale anesthesie (plaatselijke verdoving met behulp van een ruggenprik)
Wanneer u kiest voor een ruggenprik, krijgt u vaak ook een slaapmiddel aangeboden. U woont de heupoperatie dan niet bewust bij. Het niet bewust bijwonen van de heupoperatie is sowieso het geval bij een narcose.

Aanvullende verdovingsmogelijkheden zijn een slangetje bij de ruggenprik die ervoor zorgt dat de pijn gedurende enkele dagen gestild wordt en een PCA-pomp die u in de gelegenheid stelt om zelf de pijnstilling te reguleren.

Hoe verloopt een heup operatie?

Voordat de versleten heup kan worden vervangen, dient de versleten heup eerst vrij worden gelegd. Dit laatste wordt bereikt met een verticale incisie aan de zijkant van uw dijbeen.

Nu uw heupgewricht is vrij gelegd, verwijdert uw behandelend chirurg de heupkop. De heupkom blijft op zijn plaats zitten. De chirurg zal beschadigde delen van de heupkom verwijderen of hersteld. Hierna plaatst (fixeert) de orthopedisch chirurg het kunststof of metalen komdeel van de heupprothese aan de bestaande heupkom. Om het tweede deel van de heupprothese, de keramieken of metalen heupkop, te plaatsen, is het nodig om eerst een metalen pen, de heupsteel, in uw bovenbeen aan te brengen. Aan deze pen zit de heupkop vast die exact in de heupkom past.

Welke complicaties kunnen optreden?

Uiteraard wordt uw operatie met de grootste zorg uitgevoerd. En ook de voor- en nazorg is van hoge kwaliteit. Toch is het niet uitgesloten dat er complicaties kunnen optreden naar aanleiding van uw heupoperatie. Voorbeelden van complicaties die kunnen optreden, zijn:
• Nabloeding van de wond;
• Infectie van de heupprothese of het gebied dat zich eromheen bevindt;
• Het uit de kom schieten van de heupkop. De kans op dit incident is in de eerste drie maanden na de operatie het grootst;
• Trombose in het been;
• Optredende zenuwbeschadiging (met als gevolg verlamming van een deel van het been);
• Loslating van de heupprothese (na verloop van tijd).