Artrose heup injectie

Injectie bij heupartrose: alternatief voor operatie of slechts bijzaak?

Pijn bij het lopen, moeite met opstaan uit een stoel en het gevoel dat je heup steeds stijver wordt – zo voelt het leven met heupartrose voor veel mensen. Vaak volgt hetzelfde advies: pijnstillers slikken en wachten tot een operatie onvermijdelijk is. Maar is dat echt de enige weg?

Steeds meer onderzoek laat zien dat er alternatieve behandelopties bestaan. Injecties in de heup kunnen in sommige gevallen pijn verlichten, de ontsteking remmen of zelfs herstelprocessen stimuleren. Toch worden ze in Nederland zelden toegepast. Waarom eigenlijk? En wat kun je er wél van verwachten?

In dit artikel krijg je een compleet en eerlijk overzicht van de mogelijkheden – van leefstijlprogramma’s tot injecties en uiteindelijk de heupprothese.

Bewegen en leefstijl: de eerste stap bij heupartrose

Internationale richtlijnen zijn duidelijk: bij beginnende of matige heupartrose staat een actief behandelprogramma voorop. Gericht oefenen, fysiotherapie en – indien nodig – gewichtsverlies kunnen pijn verminderen, de mobiliteit vergroten en zelfs een operatie uitstellen.

Een goed voorbeeld is het GLA:D-programma, waarin fysiotherapeuten patiënten leren hoe ze veilig kunnen bewegen, spieren versterken en de belasting op de heup beter verdelen. Ook helpen oefenprogramma’s om houding en stabiliteit te verbeteren, zodat alledaagse bewegingen minder belastend worden.

Toch krijgt slechts een minderheid van de patiënten dit advies. Veel mensen belanden in een vicieuze cirkel: pijn → minder bewegen → gewichtstoename → méér druk op de heup. Vroege begeleiding kan deze neerwaartse spiraal doorbreken en levert vaak méér resultaat op dan langdurig gebruik van pijnstillers.

De kloof tussen richtlijnen en praktijk: wat zegt de NZa?

in Nederland al meer dan tien jaar is afgesproken dat artrosezorg volgens het principe van stepped care moet verlopen – eerst conservatieve behandelingen, pas later specialistische zorg – laat de praktijk een ander beeld zien.

Uit een recente analyse van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) blijkt:

  • Slechts 30% van de patiënten die een orthopeed bezochten, had in de twee jaar daarvoor fysiotherapie gehad.
  • Slechts 41% van de patiënten die een heup- of knieprothese kreeg, had fysiotherapie vóór de operatie.
  • In 2023 werden 31.961 heupprothesen geplaatst – een stijging van 40% in tien jaar.

De verschillen tussen regio’s zijn groot: in sommige regio’s kreeg maar 30% van de mensen fysiotherapie vóór een prothese, in andere bijna 64%.

Dit laat zien dat stepped care in theorie goed geregeld is, maar in de praktijk vaak onvoldoende wordt toegepast. Patiënten hebben niet meer beleid nodig, maar behandelingen die hun klachten daadwerkelijk verlichten en een operatie kunnen uitstellen.

Medicatie: symptoombestrijding met risico’s

Wie naar de huisarts gaat met heupklachten krijgt meestal paracetamol of NSAID’s (zoals ibuprofen, diclofenac of naproxen). Deze middelen kunnen tijdelijk verlichting geven, maar lossen het onderliggende kraakbeenprobleem niet op.

NSAID’s brengen bovendien risico’s mee, zoals maagproblemen, verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten. Veel patiënten gebruiken ze jarenlang, vaak in oplopende doseringen, tot de pijn niet meer houdbaar is en een operatie in beeld komt. In Nederland duurt dit traject gemiddeld zeven jaar – jaren waarin vaak vooral symptoombestrijding wordt toegepast.

Injecties bij heupartrose: waarom zo zeldzaam?

Injecties in de knie zijn bekend, maar in de heup worden ze in Nederland nauwelijks uitgevoerd. Daar zijn meerdere redenen voor:

  • Technische uitdaging: de heup ligt dieper en vereist altijd beeldgeleiding (echo of röntgen).
  • Logistieke en financiële drempels: veel ziekenhuizen beschouwen het als omslachtig en niet kostenefficiënt.
  • Terughoudendheid bij artsen: vooral door zorgen over effect en bijwerkingen.

Het gevolg is dat veel patiënten jarenlang pillen slikken en pas bij ernstige slijtage in aanmerking komen voor een heupprothese.

Het gevolg is dat veel patiënten jarenlang pillen slikken en pas bij ernstige slijtage in aanmerking komen voor een heupprothese.

Welke injecties bestaan er?

Corticosteroïden

  • Krachtig ontstekingsremmend middel.
  • In de heup geven corticosteroïden meestal slechts 2 tot 4 weken pijnverlichting, terwijl het effect in de knie vaak langer aanhoudt.
  • Geschikt bij ernstige pijn, maar niet voor herhaald gebruik: kan kraakbeen beschadigen.
  • Belangrijk risico: na een injectie moet minimaal 3 maanden gewacht worden voordat een prothese geplaatst kan worden.

Hyaluronzuur

  • Bekend van knieartrose, maar ook toepasbaar bij de heup.
  • Verbetert de smering en schokdemping.
  • Niveau van bewijs: een recente systematische review (Level I) laat zien dat hyaluronzuur-injecties bij heupartrose effectiever zijn dan placebo en corticosteroïden, vooral bij gebruik van hoog-moleculairgewicht (HMW) HA. Patiënten rapporteren minder pijn (VAS), betere scores op WOMAC en verbeterde mobiliteit. 1
  • Het gunstigste effect wordt gezien bij milde tot matige artrose (KL I–II) en houdt meestal 4 tot 6 maanden aan.
  • In Nederland wordt de behandeling nauwelijks toegepast in de heup en blijft vergoeding een knelpunt.
  • Internationale richtlijnen (zoals NICE en AAOS) zijn terughoudend, vooral vanwege de beperkte duur van het effect en de grote variatie tussen studies.

Conclusie: hyaluronzuur behoort tot de weinige injecties bij heupartrose waarvoor inmiddels hoogwaardig bewijs bestaat, maar de winst is meestal tijdelijk en afhankelijk van patiëntselectie.

Regeneratieve injecties (PRP, APS, BMAC)

  • Gericht op herstel in plaats van alleen symptoombestrijding.
  • PRP: bloedplaatjesrijk plasma, vaak commercieel gepresenteerd als veelbelovend, maar wetenschappelijk bewijs is nog beperkt en tegenstrijdig.
  • APS: ontstekingsremmende eiwitten uit eigen bloed.
  • BMAC: stamcelconcentraat uit eigen beenmerg, zie verder hieronder.

Injecteren of niet injecteren bij heupartrose?

De wetenschappelijke literatuur geeft een gemengd beeld van de effectiviteit van injecties bij heupartrose. In 2022 verscheen een veelgeciteerde review (To inject or not to inject in hip osteoarthritis?, Rampal et al.), waarin de belangrijkste opties naast elkaar werden gezet. De auteurs concludeerden toen het volgende:

  • Corticosteroïden: bewezen effectief, maar kortdurend (2–4 weken) en met risico’s zoals infectie en kraakbeenschade.
  • Hyaluronzuur: niet aanbevolen in richtlijnen, al lieten sommige subgroepen baat zien.
  • PRP: gepresenteerd als veelbelovend, maar bewijs tegenstrijdig en zwak.
  • Mesenchymale stamcellen (MSC’s) en BMAC: kleine studies toonden veiligheid en mogelijk effect op kraakbeendikte op MRI, maar bewijs was nog te beperkt.
  • NSAID-injecties: destijds nog experimenteel, met eerste resultaten vergelijkbaar met corticosteroïden.
  • Techniek: echogeleide injecties waren duidelijk betrouwbaarder dan “op de gok”.

Belangrijk: dit review markeerde de stand van zaken in 2022. Sindsdien is er nieuw onderzoek verschenen, waaronder een Level I-review uit 2025 die het bewijs voor hyaluronzuur versterkt, en een systematische review uit 2024 die BMAC veelbelovend maar nog experimenteel bevestigt. Samen laten deze studies zien dat het veld volop in beweging is, maar dat injecties nog altijd niet standaard zijn in de Nederlandse praktijk.

BMAC: wat weten we uit onderzoek?

Een recente systematische review 2 analyseerde vijf klinische studies met in totaal 182 patiënten die een BMAC-injectie (Bone Marrow Aspirate Concentrate) in de heup kregen. De uitkomsten zijn veelbelovend:

  • Pijnvermindering en functieverbetering tot 12 maanden na de behandeling, gemeten met onder andere WOMAC, HOOS-Jr en Harris Hip Score.
  • Vooral patiënten met milde tot matige heupartrose (KL 2–3) lieten duidelijke verbetering zien.
  • Veiligheid: geen ernstige complicaties; alleen incidenteel tijdelijke pijn of zwelling rond de prikplaats.
  • Techniek: het aspiraat uit de bekkenkam (posterior iliac crest) gaf de beste celopbrengst.
  • Praktisch voordeel: BMAC kan direct na afname worden verwerkt en geïnjecteerd, zonder celkweek of laboratoriumprocedure.

Het werkingsmechanisme berust waarschijnlijk op een combinatie van ontstekingsremming en herstelbevordering via groeifactoren en cytokinen.

Toch zijn er beperkingen: BMAC lijkt veilig en potentieel effectief, maar er is meer en groter onderzoek nodig om de plaats van deze therapie definitief vast te stellen.

Orthobiologics: de ontbrekende schakel in stepped care?

Stepped care vraagt om behandelingen die een operatie zo lang mogelijk kunnen uitstellen. Dat is precies waar orthobiologics – injecties met lichaamseigen stoffen zoals PRP of BMAC – een rol kunnen spelen. Ze richten zich niet alleen op symptoombestrijding, maar ook op het remmen van ontsteking en het stimuleren van herstel.

In landen als Duitsland en de VS maken deze behandelingen al deel uit van geavanceerde orthopedische zorg. In Nederland daarentegen blijven ze steken buiten de richtlijn, vooral door terughoudendheid en gebrek aan vergoeding.

Daarmee ontstaat een gemiste kans: terwijl duizenden patiënten direct naar een prothese gaan, zouden orthobiologics een tussenstap kunnen zijn die tijd wint – en soms zelfs een operatie overbodig maakt. Het past naadloos in de gedachte van stepped care, maar ontbreekt nog in de praktijk.

Operatie: de heupprothese

Dat zoveel mensen blijvende pijn houden na een heupprothese, laat zien hoe belangrijk het is om ook andere behandelopties serieus te nemen — vooral bij beginnende of matige heupartrose.

Risico’s bij het plaatsen van een heupprothese

Het vervangen van een versleten heup door een heupprothese brengt risico’s op complicaties met zich mee.

Wanneer klachten te ernstig worden en andere behandelingen onvoldoende helpen, volgt vaak een operatie. Een heupprothese gaat gemiddeld 15–20 jaar mee, maar kent ook risico’s:

  • trombose of longembolie,
  • infecties,
  • beenlengteverschil of luxatie,
  • noodzaak tot een tweede operatie.

Tussen de 7% en 23% van de patiënten ervaart zelfs na een prothese blijvende pijn. Dat maakt het des te belangrijker om alternatieven tijdig te bespreken en niet te wachten tot een operatie onvermijdelijk is. 3

Voorbeeld van een heupprothese

Na een heupoperatie kunnen bloedstolsels ontstaan in de benen. Die kunnen losschieten en ernstige complicaties veroorzaken, zoals een longembolie, hartinfarct of beroerte.

Infecties kunnen ontstaan rond de wond of dieper in het weefsel bij de nieuwe heup. Lichte infecties worden meestal bestreden met antibiotica, maar bij ernstige infecties rondom de prothese is soms een nieuwe operatie nodig om het implantaat te verwijderen.

Tijdens de operatie kan er een breuk ontstaan in het heupgewricht. Kleine scheurtjes genezen vaak vanzelf, maar bij grotere breuken is soms een extra ingreep nodig — bijvoorbeeld met schroeven, metalen platen of bottransplantatie.

In de eerste maanden na de operatie kan de heupprothese uit de kom schieten. Soms is een brace voldoende, maar bij herhaalde ontwrichtingen kan een nieuwe operatie nodig zijn om de heup stabiel te houden.

Na plaatsing van een heupprothese kan er een beenlengteverschil ontstaan. Dat komt vaak door spanning of verkorting van de spieren rond de heup. Gerichte oefeningen kunnen dit meestal geleidelijk corrigeren.

Noodzaak voor tweede heupprothese

Een heupprothese slijt na verloop van tijd of raakt soms geïnfecteerd. Wie op jonge leeftijd een prothese krijgt, loopt daarom meer kans om later opnieuw geopereerd te moeten worden.

Wat kun je zelf doen bij heupartrose?

Naast medische behandelingen heb je zelf invloed op je klachten. Denk aan:

Dit soort aanpassingen kan veel effect hebben en geeft vaak meer grip dan alleen medicatie.

Slotgedachte

Injecties bij heupartrose bestaan, maar worden in Nederland nauwelijks toegepast. Voor sommige patiënten kunnen ze pijn verlichten of zelfs herstel stimuleren, maar de realiteit is dat leefstijl, oefenprogramma’s en fysiotherapie vaak meer verschil maken.

Een operatie blijft uiteindelijk voor veel mensen het eindstation, maar door tijdig te werken aan beweging, gewicht en spierkracht kan dat moment vaak aanzienlijk worden uitgesteld. Innovatieve behandelingen zoals orthobiologics verdienen bovendien een plek in het stepped care-model. Het is tijd dat beleid en praktijk dichter bij elkaar komen – zodat patiënten meer keuzes krijgen dan alleen pillen of een nieuwe heup.

Scroll naar boven

Houd je gewrichten sterk en soepel

Ontvang gratis praktische tips, oefeningen en deskundig advies rechtstreeks in je mailbox.

Bonus: Na inschrijving krijg je direct gratis toegang tot ons populaire e-book met praktische oefeningen en inzichten voor gezondere gewrichten.

Wij respecteren je privacy. Afmelden kan op elk moment.

Last van gewrichtsklachten?

Ontvang regelmatig tips en deskundig advies om je gewrichten gezond te houden.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en krijg direct gratis toegang tot ons e-book, dat al door meer dan 30.000 mensen is aangevraagd, met effectieve behandelmethoden en oefeningen.