Een knieprothese wordt meestal geplaatst bij oudere patiënten met vergevorderde artrose, maar de laatste jaren zien artsen dat ook steeds meer jongere mensen deze operatie ondergaan. Dat roept belangrijke vragen op. Want hoewel een knieprothese pijn kan verminderen en mobiliteit kan verbeteren, brengt een operatie op jonge leeftijd specifieke risico’s met zich mee.
Wie eerst wil begrijpen hoe een knieprothese werkt, kan het uitgebreide artikel lezen over knieprothese: operatie, herstel en levensduur.
Waarom krijgen jongere patiënten steeds vaker een knieprothese?
Hoewel een knieprothese traditioneel wordt gezien als een behandeling voor oudere volwassenen, zien artsen een duidelijke toename van jongere patiënten die deze ingrijpende operatie ondergaan. Deze ontwikkeling hangt samen met meerdere factoren, waaronder veranderingen in leefstijl, sportbelasting en medische vooruitgang.
Een belangrijke oorzaak is de toename van sportgerelateerde knieblessures bij jongeren. Intensieve sportbeoefening en competitieve activiteiten kunnen leiden tot ernstige beschadigingen van bijvoorbeeld de meniscus of de kniebanden. Dergelijke blessures vergroten op langere termijn het risico op artrose en kunnen uiteindelijk de noodzaak voor een knieprothese versnellen.
Ook het toenemende voorkomen van overgewicht speelt een belangrijke rol. Extra lichaamsgewicht zorgt voor een hogere belasting van het kniegewricht, waardoor het kraakbeen sneller kan slijten. Hierdoor kan al op jongere leeftijd artrose ontstaan en kan een knieprothese eerder worden overwogen.
Daarnaast heeft de medische vooruitgang een rol gespeeld. Verbeterde operatietechnieken en duurzamere prothesematerialen maken het voor artsen mogelijk om vaker een knieprothese te plaatsen bij jongere patiënten wanneer andere behandelingen onvoldoende effect hebben.
Waarom een knieprothese op jonge leeftijd risico’s heeft
Een knieprothese kan een effectieve behandeling zijn bij ernstige knieartrose, maar bij jongere patiënten ontstaan er specifieke uitdagingen. Een kunstknie heeft namelijk een beperkte levensduur.
Gemiddeld gaat een knieprothese ongeveer 15 tot 20 jaar mee. Jongere patiënten hebben daardoor een grotere kans dat het implantaat tijdens hun leven moet worden vervangen. Zo’n heroperatie — een zogenaamde revisie — is vaak complexer dan de eerste ingreep.
Dr. R. van Geenen, orthopedisch chirurg gespecialiseerd in heup- en knieprothesen, bespreekt in de volgende video de specifieke risico’s en uitdagingen van knieprotheses bij jongere patiënten.1
Een knieprothese is geen ‘quick fix’ en biedt geen gegarandeerde langdurige oplossing; patiënten hebben vaak slechts één of twee kansen op herplaatsing, met alle complicaties van dien.

De ontevreden patiënt met een knieprothese
Ondanks een technisch correcte plaatsing van een knieprothese blijkt uit onderzoek dat een deel van de patiënten niet tevreden is met het resultaat van de operatie.
Het onderzoek van Malou te Molder, onderzoeksverpleegkundige en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen, laat zien dat ongeveer 20 procent van de patiënten binnen een jaar na de operatie nog steeds ontevreden is.
Veel van deze patiënten ervaren aanhoudende pijn, beperkte mobiliteit of teleurstelling over het uiteindelijke functioneren van het kniegewricht.
In haar proefschrift The unhappy patient after TKA: A paradigm shift in assessing outcome benadrukt Te Molder dat de uitkomst van een knieprothese niet alleen beoordeeld moet worden op technische plaatsing van het implantaat, maar ook op kwaliteit van leven en patiënttevredenheid.
Malou’s proefschrift zal ter verkrijging van de graad van doctor, op gezag van de rector magnificus prof. dr. J.M. Sanders en volgens besluit van het college voor promoties openbaar worden verdedigd op donderdag 25 april 2024 om 10.30 uur. 2

Risico’s van een knieprothese
Hoewel knieprotheses vaak worden gezien als een effectieve oplossing voor ernstige knieproblemen, brengen ze verschillende risico’s met zich mee. Deze risico’s zijn vooral belangrijk om te overwegen bij jongere patiënten.
Opbouw van metaalionen
Knieprotheses bestaan uit metalen, keramische en kunststof onderdelen. Door slijtage kunnen kleine deeltjes vrijkomen die zich in het lichaam ophopen. Bij patiënten met een metaalallergie kan dit leiden tot ontstekingsreacties, chronische pijn of een verhoogd risico op prothesefalen.
Cardiovasculaire complicaties
Een knievervanging is een ingrijpende operatie. Tijdens of na de ingreep kunnen complicaties optreden zoals bloedstolsels, hartproblemen of beroertes. Deze risico’s hangen samen met de belasting van het lichaam tijdens de operatie.
Aanhoudende pijn
Hoewel een knieprothese bedoeld is om pijn te verminderen, ervaren sommige patiënten langdurige of terugkerende pijnklachten na de operatie.
Beperkt activiteitenniveau
Niet iedere patiënt kan na een knieprothese terugkeren naar het gewenste niveau van fysieke activiteit. Vooral intensieve sportbelasting wordt vaak afgeraden vanwege versnelde slijtage van het implantaat.
Het belang van leefstijl bij knieartrose
Preventieve maatregelen zoals gewichtsbeheersing, regelmatige lichaamsbeweging en een gezond voedingspatroon spelen een belangrijke rol bij de gezondheid van het kniegewricht.
Deze factoren kunnen helpen om de belasting van de knie te verminderen en de progressie van artrose te vertragen. In sommige gevallen kan dit de noodzaak voor een knieprothese uitstellen.
Meer informatie hierover lees je in het artikel het remmen van de progressie van artrose.
Alternatieven voor een knieprothese
Binnen de orthopedie wordt steeds meer onderzoek gedaan naar behandelingen die proberen het gewricht te behouden in plaats van te vervangen.
Regeneratieve technieken waarbij gebruik wordt gemaakt van lichaamseigen cellen of groeifactoren kunnen mogelijk bijdragen aan herstel van beschadigd weefsel.
In Nederland is het gebruik van stamceltherapie binnen de orthopedie momenteel niet toegestaan. Orthopeden mogen wel gebruikmaken van behandelingen met lichaamseigen bloedproducten, zoals Autologous Protein Solution (APS). Deze injecties kunnen ontstekingen verminderen, pijn verlichten en het natuurlijke herstelproces van het gewricht ondersteunen.
Daarnaast bestaat er een andere categorie injectiebehandelingen die niet gericht is op regeneratie, maar op langdurige mechanische ondersteuning van het gewricht. Een voorbeeld hiervan is Arthrosamid, een injecteerbare hydrogel die in het kniegewricht wordt geplaatst en daar langdurig aanwezig blijft. De gel vormt een visco-elastische structuur in het gewrichtskapsel die pijnprikkels kan verminderen en de gewrichtsfunctie kan ondersteunen.
Vanwege deze langdurige werking wordt Arthrosamid soms omschreven als een ‘injecteerbare prothese’: een behandeling die bedoeld is voor patiënten met knieartrose die nog niet toe zijn aan een knieprothese, maar bij wie andere therapieën onvoldoende effect hebben gehad.
Conclusie
Een knieprothese kan een effectieve behandeling zijn bij ernstige knieartrose, maar voor jongere patiënten brengt deze operatie specifieke risico’s met zich mee.
Omdat een kunstknie een beperkte levensduur heeft en heroperaties complexer kunnen zijn, is het belangrijk om alle behandelopties zorgvuldig af te wegen. In veel gevallen kan het verstandig zijn om eerst andere therapieën te proberen voordat een knieprothese wordt overwogen.
Wie zich verder wil verdiepen in de verschillende behandelingen van artrose kan het volledige overzicht bekijken in onze kennisbank over behandelopties bij artrose.




