De uitreiking van de Meester Kackadorisprijs 2025 aan de Vrije Universiteit Amsterdam, wegens de benoeming van chiropractor Sidney Rubinstein tot bijzonder hoogleraar, laat opnieuw zien hoe Stichting Skepsis en de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) hun strijd voeren. Wat begon als een beweging tegen misleiding en gevaarlijke nepmiddelen, lijkt steeds meer op een kruistocht waarbij nuance en wetenschap zelf het onderspit delven.
Van waakhond naar heksenjacht
Skepsis en de VtdK profileren zich als hoeders van de rede. Hun missie: het ontmaskeren van pseudowetenschap. Maar wie hun toon volgt, ziet een patroon: alles wat buiten hun smalle definitie van “evidence-based” valt, wordt in de hoek gezet als kwakzalverij of pseudowetenschap. Daarmee reduceren ze een heel vakgebied als chiropractie – dat internationaal deels erkend en ingebed is – tot één karikatuur.

De paradox van Skepsis
Ironisch genoeg claimt Skepsis te staan voor kritisch denken, maar hun aanpak lijkt meer op dogmatisch afserveren. Wetenschap gaat om vragen stellen, bewijs wegen, en ruimte houden voor nuance. Juist binnen de discussie rond rug- en nekpijn is er bewijs dat manipulatie enige kortdurende verlichting kan geven. Internationale richtlijnen erkennen dat. Maar die feiten worden ondergesneeuwd door een simplistisch frame: “chiropractie is kwakzalverij, punt.”
Selectieve verontwaardiging
Waarom krijgt de VU zoveel hoon over zich heen? Omdat het universiteitsbestuur een hoogleraar benoemt die onderzoek doet naar de effectiviteit van chiropractische behandelingen. Precies dát wat je van wetenschap zou verwachten: kritisch toetsen. In plaats van dat te verwelkomen, zet men de VU te kijk met een “prijs” die meer weg heeft van een publieke schandpaal dan een serieuze bijdrage aan het debat. Het is selectieve verontwaardiging: liever ridiculiseren dan onderzoeken.
De rol van Michiel Hengeveld
Opvallend is dat juist prof. dr. Michiel W. Hengeveld, psychiater en juryvoorzitter van de Meester Kackadorisprijs, chiropractie met één pennenstreek wegzet als kwakzalverij. Dat is niet alleen gemakzuchtig, het is ook wrang. In zijn eigen vakgebied – de psychiatrie – is de effectiviteit van talloze behandelingen óók onderwerp van discussie. Antidepressiva werken vaak nauwelijks beter dan placebo, de DSM-classificaties die hij mede vertaalde zijn wereldwijd omstreden, en zelfs elektroshocktherapie staat al decennia ter discussie. Als er íets een vakgebied is waar bewijs en onzekerheid voortdurend botsen, dan is het de psychiatrie. Toch acht Hengeveld zich bevoegd om een ander domein zonder nuance als “kwakzalverij” te bestempelen. Dat zegt minder over chiropractie, en meer over zijn eigen intellectuele arrogantie: het veroordelen van een vakgebied waar hij geen expertise in heeft, terwijl hij de gebreken in zijn eigen discipline negeert.
De wereld buiten Nederland
Wie over de grens kijkt, ziet dat chiropractie niet overal wordt weggezet als charlatanerie. In de VS, Canada, Australië en Zwitserland is het een erkend beroep, vaak vergoed door verzekeraars, en met universitaire opleidingen. In het Verenigd Koninkrijk zijn chiropractors wettelijk gereguleerd en aan strikte bewijsregels gebonden. Natuurlijk: er zijn dubieuze claims, maar dat geldt voor meer medische disciplines. Waarom wordt alleen hier de hakbijl gehanteerd?
Slot: wie is hier de echte skepticus?
Skepsis en de VtdK claimen de rede te verdedigen, maar in hun zwart-wit kruistocht verliezen ze zelf de wetenschappelijke grondhouding uit het oog. Kritiek is gezond, debat is nodig, maar het stigmatiseren van hele vakgebieden ondermijnt eerder dan dat het verheldert. De vraag is niet of chiropractie heilig is – dat is ze niet – maar of wetenschap gediend is met publieke vernederingsprijzen en absolute oordelen.
Misschien is het tijd dat Skepsis en de VtdK zichzelf eens onderwerpen aan de methode die ze zo luid bepleiten: een kritische blik, open voor nuance, en bereid om het eigen gelijk te relativeren.




